Tekst geschreven door: Melanie Korpelshoek; natuurgeneeskundig diertherapeut 

Natuurgeneeskundige ondersteuning bij stress en trauma (deel 1)

Nu de lente begonnen is en we het leven zoals we dat kenden steeds verder op kunnen pakken, ziet alles er gelijk weer een stuk zonniger uit. Toch krijgen we dagelijks ook nog een hoop ellendige berichten te zien en te horen, zoals over de oorlog in Oekraïne, waar niet alleen vele mensen maar ook allerlei dieren te lijden hebben onder de situatie. Dankzij de inzet van organisaties en vrijwilligers zijn er inmiddels een hoop dieren opgevangen in andere landen, ook in Nederland. Daarmee zijn we er echter nog niet: vaak blijven de stressvolle en traumatiserende gebeurtenissen die deze dieren hebben meegemaakt nog lang aan hen kleven, en hebben ze moeite om zich thuis te voelen in hun nieuwe omgeving. Gelukkig zijn er vanuit de natuurgeneeskunde diverse mogelijkheden om dieren die last hebben van stress of (mentaal) trauma te ondersteunen en herstel te bevorderen. Om te begrijpen hoe we dit het beste kunnen doen, duiken we eerst wat dieper in de vraag wat er in het brein en het lichaam van dieren gebeurt die onder stressvolle omstandigheden leven.

Laten we beginnen bij wat stress eigenlijk is en wat het precies doet. Stress kan worden omschreven als een reactie van het lichaam op inwendige of uitwendige factoren die een mogelijke bedreiging vormen, waarbij het lichaam – naarmate de situatie aanhoudt – verschillende fasen van fysiologische processen doormaakt. Dat gebeurt als volgt:

Eerst wordt het lichaam in een staat van paraatheid gesteld om te kunnen reageren op een (mogelijk) bedreigende situatie. Vanuit de hersenen wordt er onder andere een signaal gestuurd om de afgifte van adrenaline te stimuleren, waardoor het lichaam zich voorbereidt op actie. In de tweede fase biedt het lichaam weerstand tegen de stressfactoren en probeert het een manier te vinden om met de stressvolle situatie om te gaan. Ook hier zijn het zenuwstelsel en hormoonstelsel bij betrokken. Als de stress te lang aanhoudt komt het lichaam in de derde fase, waarin vermoeidheid en uitputting optreden. Langdurig verhoogde niveaus van cortisol – het stresshormoon dat op de langere termijn werkt – leidt tot fysieke en mentale uitputting, waardoor het lichaam niet meer gezond functioneert en er klachten kunnen optreden.

Er zijn allerlei oorzaken te bedenken die kunnen leiden tot stressreacties, waaronder natuurlijk directe, levensbedreigende situaties. Maar ook een tekort aan voedsel, water of slaap, overbelasting door te veel bewegen, met te veel dieren in een ruimte zitten of juist eenzaamheid en een gebrek aan soortgenoten kunnen een dier stress opleveren. In acute gevallen hoeft stress niet per se slecht te zijn, het stelt dieren (en mensen) namelijk in staat om zichzelf in veiligheid te brengen. Chronische of langdurige stress kan door overbelasting echter zorgen voor veranderingen in de hersenen. Doordat het brein plastisch is, kan hersenweefsel onder invloed van stress wijzigingen ondergaan die ertoe leiden dat het bijvoorbeeld anders omgaat met emoties, angst, geheugen en het maken van beslissingen. Het aantal verbindingen tussen zenuwcellen – ofwel neuronen – kan bijvoorbeeld toenemen of afnemen en de organisatie van welke uitlopers met elkaar verbonden zijn kan veranderen. Zulke aanpassingen kunnen verspreid over het brein plaatsvinden, maar treden ook lokaal in specifieke hersengebieden op.

Hippocampus
Een voorbeeld van een hersengebied dat wordt beïnvloed door stress, is de hippocampus. Dit gebied is onder meer betrokken bij het opslaan van informatie in het geheugen en het bij ophalen van herinneringen. Ook is het belangrijk voor processen van ruimtelijke oriëntatie, navigatie en overlevingsgedrag. Bij onderzoek naar menselijke hersenen zijn onder andere verkleiningen van de hippocampus aangetroffen bij langdurige depressiviteit en posttraumatische stressstoornis. Ook bij chronische stress in het algemeen, chronische ontstekingen, gebrek aan fysieke activiteit en bij jetlags zijn verminderde volumes van de hippocampus of omliggende gebieden gevonden. Bij dit soort veranderingen zag men bijvoorbeeld ook problemen met het uitvoeren van geheugentaken. Omdat er veel overeenkomsten zijn in hoe de hippocampus bij (andere) zoogdieren functioneert, is het goed mogelijk dat er bij diverse zoogdiersoorten vergelijkbare veranderingen optreden in stressvolle situaties. Zo blijkt uit onderzoek bij ratten dat prenatale stress de ontwikkeling van de hippocampus beperkt en het leervermogen aantast bij de nakomelingen.

Amygdala
Een ander hersengebied dat onder invloed van stress veranderingen ondergaat, is de amygdala, welke zich aan het uiteinde van de hippocampus bevindt. De amygdala heeft diverse functies, waaronder emotieregulatie, het koppelen van emoties aan zintuiglijke informatie en herinneringen, en het in gang zetten van stressreacties zoals vechten, vluchten of ‘bevriezen’. Dit hersengebied staat vooral bekend om de betrokkenheid bij het reageren op angst en agressie en het koppelen van deze emoties aan situaties. Zo wordt in een spannende situatie de emotie angst gekoppeld aan de gebeurtenis, waardoor in de toekomst bij een vergelijkbare situatie nog sneller gereageerd kan worden. Blootstelling aan stress is gelinkt aan een toename in angstreacties in het lichaam en een verhoogde activiteit van de amygdala. Ook blijkt de amygdala in omvang te kunnen toenemen onder invloed van chronische stress.

Dergelijke veranderingen zijn onder andere gevonden in diermodellen en bij mensen met angststoornissen, stemmingsstoornissen, depressie en posttraumatische stressstoornis. Hoewel dieren veel meer in het ‘nu’ leven dan mensen, kan stress of trauma zich dus weldegelijk ‘vastzetten’ in hun brein, en daarmee ook in het lichaam en tevens in het energetische veld (waar de disbalans in eerste instantie wellicht al begint). De energetische, mentale en fysieke gezondheid zijn immers allemaal met elkaar verbonden.

Terugdraaien van veranderingen
Gelukkig laten onderzoeken ook zien dat veranderingen in het brein die door acute of chronische stress zijn ontstaan soms weer omgekeerd kunnen worden, in ieder geval bij jongere mensen en dieren. Wel blijkt dat naarmate de leeftijd toeneemt en het brein veroudert, deze minder veerkrachtig wordt. Het wordt dan moeilijker om stress-gerelateerde veranderingen terug te draaien, ook als deze bijvoorbeeld door een ongezonde of geïsoleerde leefwijze zijn ontstaan. Maar verbetering is vaak nog wel mogelijk; leefomstandigheden spelen hierbij een belangrijke rol.

Van ongunstige leefomstandigheden weten we dat het – onder andere door de stress die het veroorzaakt – een negatief effect heeft op het brein. Gezonde leefomstandigheden daarentegen blijken de fysieke, mentale en emotionele conditie niet alleen ten goede te komen, maar bepaalde negatieve effecten in het brein (deels) ook weer ongedaan te kunnen maken. Door positieve aanpassingen in de leefwijze is er tot op zekere hoogte herstel mogelijk van neurologische functies en structuren in de hersenen. Factoren als passende fysieke activiteit en sociale interactie met andere dieren of mensen, kunnen bijvoorbeeld helpen om de veerkracht van het brein weer te verbeteren.

Ondersteuning bij herstel: de eerste stap
Met die kennis wordt het ook gelijk duidelijk wat de eerste en belangrijkste stap is om een dier dat last heeft van stress en/of trauma te ondersteunen: het creëren van passende en veilige leefomstandigheden. Door stress weg te nemen, krijgt het lichaam de kans om meer te ontspannen en met het herstelproces aan de slag te gaan (zolang een dier zich niet veilig voelt is daar geen ruimte voor). Dit kan dieren met bestaande klachten helpen om gezonder te worden, en in een later stadium helpen om fit te blijven of de fysieke en mentale conditie zelfs te verbeteren.

Het verschilt natuurlijk per diersoort welke behoeften er zijn voor de leefomgeving en leefwijze, daarvoor is het belangrijk om je goed in de betreffende diersoort te verdiepen. Maar in het algemeen zijn er wel een aantal voorwaarden te noemen die van belang zijn voor dieren die uit een (langdurig) stressvolle situatie komen. Net als bij mensen dragen voldoende rust, ritme en regelmaat bij aan een gevoel van veiligheid en stabiliteit. Denk hierbij aan het creëren van een plek waar het dier ongestoord kan slapen, en bijvoorbeeld aan vaste voer- en contactmomenten gedurende de dag. Zorg dat het dier de gelegenheid heeft om zich terug te trekken wanneer het daar behoefte aan heeft, en dat het – afhankelijk van de diersoort en de omstandigheden – soortgenoten eventueel ook kan opzoeken. Contact met en vertrouwen in mensen zal bij getraumatiseerde dieren vaak rustig en in kleine stapjes moeten worden opgebouwd, wanneer het dier daaraan toe is.

Naast het verbeteren of optimaliseren van de leefomstandigheden, zijn er diverse natuurgeneeskundige middelen die ingezet kunnen worden om stress en trauma bij het dier te verminderen en ontspanning en herstel te bevorderen. Hier gaan we in deel 2 van het artikel verder op in, welke te lezen zal zijn in de volgende nieuwsbrief.